Van een dergelijke beïnvloeding zou immers sprake kunnen zijn bij een bekende dienstverlener (zoals een (voorheen) zittend dienstverlener), omdat dan bijvoorbeeld eerdere prestaties de beoordeling (bewust of onbewust) kunnen beïnvloeden. Een dergelijke invloed (in negatieve of positieve zin) kan een schending opleveren van het level playing field. De inschrijver wordt dan immers voorgetrokken of achtergesteld, ten opzichte van andere inschrijvers.
In de praktijk is echter vaak toch herleidbaar van welke inschrijver de inschrijving afkomstig is, ondanks het voorschrift tot anonimiseren. Dit, bijvoorbeeld doordat de deskundige beoordelingscommissie kennis heeft van de markt. Niettemin leidt die herleidbaarheid niet vaak tot uitsluiting van de inschrijving.
Vonnis 11 februari 2025
Op 17 december 2024 liep dat voor een inschrijver (VluchtelingenWerk) anders af. Zij werd uitgesloten bij de aanbesteding voor ‘maatschappelijke begeleiding van statushouders’, omdat haar plan van aanpak herleidbaar was naar haar inschrijving. Inschrijver had overigens geen logo’s etc. gebruikt, maar – zo overweegt ook
Rechtbank Noord-Nederland op 11 februari 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:473) – de inhoud van het plan van aanpak maakt deze niettemin herleidbaar.
Waar het mis ging voor inschrijver, is dat zij diverse organisaties en/of ketenpartners bij naam heeft genoemd. Deze inschrijver was ook de zittend dienstverlener. Reden dat zij extra alert had moeten zijn op het voorschrift van anonimiseren, aldus de voorzieningenrechter. In de aanbestedingsleidraad was ook opgenomen dat bijvoorbeeld niet mocht worden vermeld ‘zo regelen we dit nu ook in de gemeente’.
De inschrijver heeft in haar plan van aanpak diverse lokale ketenpartners bij naam genoemd, wat voor het duiden van de samenwerking niet nodig was (aldus de voorzieningenrechter). Ook heeft inschrijver diverse lokale initiatieven bij naam benoemd, alsook haar concrete rol daarbij. Daarmee is inschrijver eveneens voorbij gegaan aan het anonimiseringsvoorschrift, althans was die anonimiteit redelijkerwijs onvoldoende geborgd.
Inschrijver (zittend dienstverlener) wordt hierdoor uitgesloten.
Praktijk
Hoewel het voorschrift tot anonimiseren (nog) niet vaak is bestraft, blijkt uit deze recente uitspraak dat het risico wel aanwezig is. Tevens blijkt uit deze uitspraak dat het voorschrift tot anonimiseren wellicht eerder wordt geschonden dan verwacht. Enkel het achterwege laten van de eigen naam, logo, en briefpapier is daartoe onvoldoende. Immers ook de inhoud van de inschrijving (bijv. door benoeming van samenwerkingspartners of opdrachtgevers) kan de inschrijving herleidbaar maken aan één bepaalde inschrijver. Inschrijvers dienen hierop bedacht te zijn. Een uitsluiting enkel en alleen vanwege de vermelding van één samenwerkingspartner zou immers zonde zijn.