Volgens een uitgelekt conceptvoorstel van de Europese Commissie staat het Europese aanbestedingsrecht mogelijk aan de vooravond van de grootste hervorming sinds de invoering van de huidige aanbestedingsrichtlijnen. Het voorstel bevat niet alleen een volledig nieuw regelgevend kader, maar introduceert ook nieuwe procedures, uitgebreidere transparantieverplichtingen en een sterkere focus op Europese strategische belangen.
Hoewel het momenteel slechts om een concept gaat, geven de voorgestelde wijzigingen een duidelijk beeld van de richting die de Europese Commissie lijkt te willen inslaan: meer transparantie, meer ruimte voor onderhandeling, meer aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid, en een grotere bescherming van de Europese interne markt. Hieronder bespreken wij de belangrijkste voorgestelde wijzigingen.
1. Eén verordeing in plaats van drie richtlijnen
De drie huidige aanbestedingsrichtlijnen zouden worden vervangen door één rechtstreeks werkende Europese verordening. Daarmee vervalt de noodzaak van nationale implementatie en ontstaat meer uniformiteit tussen lidstaten. Tegelijkertijd worden aanbestedingsrechtelijke bepalingen uit diverse sectorale regelingen, zoals de Ecodesign-verordening, geschrapt en geïntegreerd in het nieuwe kader.
2. Europa 'first'
Het voorstel bevat bepalingen die het mogelijk maken om Europese leveranciers nadrukkelijker te bevoordelen. Voor ondernemingen uit landen buiten de Europese Unie die niet onder een handelsverdrag vallen, kan de toegang tot Europese aanbestedingen daardoor aanzienlijk worden beperkt. Het voorstel past daarmee in de bredere Europese strategie om de economische weerbaarheid en strategische autonomie van de Unie te versterken.
3. Uitbreiding van de transparantieverplichtingen
Aanbestedende diensten zouden aanzienlijk meer informatie openbaar moeten maken. Zo moeten ook opdrachten vanaf € 10.000 achteraf worden gepubliceerd. Daarnaast wordt de introductie voorgesteld van een zogenoemd Needs Plan: een jaarlijks openbaar overzicht van alle voorziene inkopen. Daarmee krijgen marktpartijen veel eerder inzicht in toekomstige aanbestedingen.
4. Prijs-kwaliteitverhouding als uitgangspunt
Gunning op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding wordt (nog meer) de norm. Kwaliteit moet in beginsel voor ten minste 30% meetellen. Bij arbeidsintensieve opdrachten wordt zelfs een minimale kwaliteitsweging van 50% voorgeschreven. Daarnaast bevat het voorstel diverse verplichtingen op het gebied van duurzaam en sociaal aanbesteden.
5. Onderhandeling wordt de norm
Een van de meest opvallende wijzigingen is dat onderhandelen het uitgangspunt wordt. De huidige openbare en niet-openbare procedure maken plaats voor de Open-Negotiated Procedure, waarin onderhandelingen in beginsel onderdeel uitmaken van het aanbestedingsproces. Ook een marktconsultatie wordt een standaardonderdeel van de voorbereiding. Voor standaardproducten en -diensten (‘kant-en-klaar’) wordt daarnaast een nieuwe Dynamic Simplified Procedure geïntroduceerd. Voor innovatieve oplossingen blijft een afzonderlijke procedure bestaan: de Innovation Challenge Procedure.
6. Aanpassing maximale looptijd raamovereenkomsten
De maximale looptijd van raamovereenkomsten wijzigt eveneens. Bij raamovereenkomsten met meerdere opdrachtnemers wordt de maximale looptijd verlengd van vier naar vijf jaar. Voor raamovereenkomsten met één opdrachtnemer geldt juist een maximumduur van drie jaar. Ook wordt expliciet vastgelegd dat vooraf een maximale waarde van de raamovereenkomst moet worden bepaald.
7. Nieuwe regels voor contractwijzigingen
Wijzigingen blijven mogelijk indien sprake is van objectieve behoeften die tijdens de uitvoering ontstaan en de “essential terms” van de opdracht ongemoeid blijven. Daarbij mag een wijziging niet worden gebruikt om een tekortkoming in de uitvoering van de opdracht te verhelpen. Daarnaast wordt de transparantieverplichting uitgebreid waardoor wijzigingen van meer dan 50% van de oorspronkelijke opdrachtwaarde vooraf gepubliceerd moeten worden.
8. Verplichte nationale toezichthouder
Elke lidstaat moet een nationale aanbestedingstoezichthouder aanwijzen, een zogenoemde National Coordinating Authority. Voor Nederland zou dit betekenen dat alsnog een formeel toezichthoudend orgaan op het aanbestedingsrecht moet worden ingericht. Daarnaast verplicht het voorstel om gebruik te maken van instrumenten voor fraudedetectie.
Hoewel de voorgestelde wijzigingen op onderdelen verstrekkend zijn, is het belangrijk te benadrukken dat het op dit moment slechts gaat om een (uitgelekt) conceptvoorstel. Het voorstel moet nog worden vastgesteld door de Europese Commissie en vervolgens worden behandeld door zowel het Europees Parlement, als de Raad. In die besluitvorming kunnen nog aanzienlijke wijzigingen worden aangebracht.
Toch verdient het voorstel nu al aandacht. Indien zelfs maar een deel van de hoofdlijnen overeind blijven, zal sprake zijn van een fundamentele herziening van het Europese aanbestedingsrecht, met grote gevolgen voor zowel aanbestedende diensten als ondernemers.
Wanneer de verordening uiteindelijk wordt vastgesteld, geldt nog wel een overgangsperiode. Volgens het concept wordt zij pas bindend twee jaar en twintig dagen na publicatie. Voorlopig blijft het dus afwachten, maar de contouren van een mogelijk nieuw aanbestedingslandschap zijn inmiddels zichtbaar.